LAN


LAN staat voor Local Area Network (lokaal gebiedsnetwerk); twee of meer computers die rechtstreeks, of via een gedeeld medium met elkaar verbonden zijn.

Er bestaan twee manieren om verbindingen te leggen: door middel van kabels (meestal UTP) of radiogolven (wifi). Een LAN wordt beperkt tot een lokaal gebied, gewoonlijk binnen één gebouw of complex (bijvoorbeeld een bedrijfsterrein). Over het algemeen wordt het bereik van een LAN beperkt door de gebruikte technieken. Indien grotere afstanden overbrugd moeten worden (tussen steden en landen) spreekt men van een WAN.

 

LAN’s zijn meestal van het type basisband waarbij gebruikgemaakt wordt van packet-switching. Twee typen LAN’ zijn algemeen in gebruik: Ethernet en in mindere mate Token ring. LAN’s worden vaak opgezet op locaties waar veel computers in één ruimte of gebouw te vinden zijn en waar een snelle overdracht van informatie tussen verschillende computers nodig is. Dit is vaak het geval bij bedrijven, scholen en overheidsinstellingen. Via het LAN heeft een computer toegang tot andere bronnen die aan het netwerk zijn gekoppeld, zoals andere computers, printers en eventueel andere netwerken.

Geschiedenis

Het eerste LAN is waarschijnlijk ARCNet, een product van Datapoint Corporation dat in 1977 op de markt kwam. Toen in de jaren 80 van de twintigste eeuw de eerste personal computers van IBM op de markt kwamen wilde men al snel deze computers aan elkaar koppelen om gegevens en bronnen te kunnen delen. Elke pc had dan bijvoorbeeld geen aparte printer nodig, maar kon een centraal opgestelde printer