De stroomkring

De stroomkring is het eerste en belangrijkste begrip in de elektronica, zonder een stroomkring is het onmogelijk een elektronisch apparaat te laten werken.

Schema van een stroomkring schakeling:

Opdat we niet van ieder elektronisch onderdeel een goed gelijkende tekening hoeven te maken waardoor ingewikkelder schakelingen heel erg onoverzichtelijk zouden worden, hebben de technici bepaalde afkortingen ontworpen om alles te verduidelijken. Deze afkortingen worden schakeltekens of symbolen genoemd.

Voor de in de eerste schakeling gebruikte onderdelen gelden de volgende symbolen:

“Tekeningen waarin alleen maar symbolen worden gebruikt noemen we schema’s.”

Voor de batterij gebruiken we een 4,5V blok batterij, aan de bovenkant zien we 2 aansluitcontacten, deze noemen we polen. De batterij heeft een min (-) en een plus (+) pool, wanneer we de onderdelen volgens het schema aansluiten moet de lamp gaan branden.

Ons stroomkringschema opgebouwd uit echte onderdelen:

Het feit dat de lamp brandt als men haar verbindt met de polen van een batterij is vast en zeker niets nieuws voor je maar heb je er wel eens over nagedacht hoe dat komt? In dit verband moet je wel weten dat elektrische stroom niet iets ongrijpbaars is maar bestaat uit ongelooflijk kleine deeltjes. Deze deeltjes noemt men elektronen.

De draad en de batterij zitten vol met elektronen. Aan de ene kant van de batterij (de min pool) bevinden zich enorm veel elektronen. Als we een draad leggen van de minpool van de batterij via de lamp naar de pluspool dringen de bij de minpool in overvloed aanwezige elektronen in de leiding en duwen de daarin aanwezige elektronen voor zich uit. Daarbij bewegen alle elektronen tegelijk met dezelfde snelheid. Aan het andere einde van de draad worden ze via de pluspool de batterij weer binnengeduwd.

 

De elektronen die gedurende dit proces door de gloeidraad van de lamp geduwd worden laten die lamp branden. Omdat elektronen altijd in een kring van de min- naar de pluspool bewegen spreekt men van een stroomkring. Maak je nu op een zekere plaats de verbindingsdraad los dan gaat de lamp uit. De doorstroming van de elektronen wordt onderbroken omdat er geen gesloten stroomkring meer is. In de vorige schakeling kon de stroom van elektronen van de minpool (-) naar de pluspool (+) alleen worden onderbroken als we de verbinding ergens verbraken. Nu gaan we de leiding op een bepaalde plaats onderbreken m.b.v. een schakelaar.

Symbool voor een schakelaar:

Wanneer we de schakelaar openen (uit) zodat de elektronen zich niet kunnen voortbewegen zal de lamp niet gaan branden. Sluiten we de schakelaar (aan) zullen de elektronen via de schakelaar zich door de lamp heen weer voortbewegen en de lamp gaat branden.

 

Praktische uitvoering van deze schakeling:

Wanneer we de schakelaar openen (uit) zodat de elektronen zich niet kunnen voortbewegen zal de lamp niet gaan branden. Sluiten we de schakelaar (aan) zullen de elektronen via de schakelaar zich door de lamp heen weer voortbewegen en de lamp gaat branden.

Praktische uitvoering van deze schakeling:

1.2 Spanning

-Terug