De weerstand

Voor het beteugelen van de elektronenstroom gebruiken we weerstanden, zoals alle componenten in de elektronica zijn deze er in diverse uitvoeringen en je zult ze op den duur vanzelf herkennen. De bekendste uitvoering is de koolweerstand. Het Symbool voor een weerstand:

Ze bestaan uit een klein aardewerk buisje waarop een laagje koolstof is aangebracht. Zo’n laagje koolstof heeft een veel grotere weerstand dan bijv. koperdraad. De grootte van de weerstand wordt bepaald door de dikte en de lengte van de koolstoflaag en de fijnheidsgraad van de koolstof deeltjes. Om de werking van zulke onderdelen te onderzoeken neem je een weerstand met ringen in de kleuren geel lila zwart en goud.(Op de kleurringen komen we later terug)

Koolstof weerstand 47 ohm:

 

 

Wanneer we de weerstand in de schakeling plaatsen zoals op het schema hieronder, zul je merken dat de lamp niet meer zo helder brandt. Daaraan kun je zien dat er minder stroom bij de lamp komt als er een weerstand in de leiding zit. De weerstand werkt als een vernauwing in de draad waar de elektronen niet zo makkelijk doorheen kunnen. Daarom bereiken minder elektronen de lamp.

De Duitse natuuronderzoeker Georg Simon Ohm heeft de elektrische stroomkring zorgvuldiger onderzocht en gemeten. Daarom wordt de waarde van een weerstand aangegeven in ohm  en men gebruikt daarvoor de griekse letter omega: Ω.

Grote weerstanden worden aangegeven in kilo-ohm (1000 ohm), afgekort kohm, of megaohm (1.000.000 ohm), afgekort Mohm. 1kohm = 1000 ohm 1Mohm = 1000 kohm = 1.000.000 ohm